Het Kiespenning orgel

De geschiedenis van het hoofdorgel in de Grote kerk gaat terug tot in de 15e eeuw. Vermoedelijk is dit 15e eeuwse instrument rond 1540 vervangen door een nieuw en groter orgel. De huidige orgelkas stamt voor een groot deel nog uit die tijd.

In het begin van de 17e eeuw is een nieuw instrument gebouwd in de bestaande orgelkas, mogelijk door de orgelbouwer Albert Kiespenning uit Nijmegen. Aangenomen wordt dat dit orgel in 1631 is gereedgekomen, aangezien dit jaartal is teruggevonden op het orgel en op het klankbord dat boven het orgel is aangebracht. Op dit klankbord staan de wapens van kerk en burgerlijke gemeente afgebeeld. Uit deze tijd is nog veel pijpwerk aanwezig.

Bij een restauratie in 1717 door orgelmaker Matthijs Verhofstadt (1677-1731) heeft het orgel waarschijnlijk zijn huidige vorm gekregen. In 1819 heeft orgelmaker Johann Caspar Friedrichs aan het orgel een rugwerk toegevoegd. Hierbij heeft hij het oude borstwerk verwijderd.

Tijdens de laatste grote restauratie van de kerk tussen 1968 en 1980 is ook het orgel gerestaureerd. De orgelmakers Gebr. Van Vulpen uit Utrecht hebben toen het rugwerk verwijderd en het borstwerk gereconstrueerd. Tevens heeft men het orgel uitgebreid met een zelfstandig pedaal.

 

 

De Renaissance orgelkas is rijk voorzien van snijwerk: